beeldend vermogen van kleuters
Wanneer je een groep 1 / 2 van de basisschool binnenloopt, zie je vaak vijfentwintig spinnen in een groot web of vijfentwintig vrijwel identieke sneeuwmannen op een rij. Enkel de kleur van de sjaal verschilt. Dit zijn de zogeheten werkjes, die kinderen maken door stapsgewijs iets na te doen. Als leraren iets meer aandacht besteden aan de kwaliteit van beeldend onderwijs, maken kinderen in korte tijd grote sprongen in de ontwikkeling van hun beeldend vermogen.
Volgens Jos van Onna (auteur van het boek Laat maar zien, een didactisch handboek voor beeldend onderwijs) kan de ontwikkeling van jonge kinderen stagneren als het werk met beeldend materiaal te veel blijft bij het maken van werkjes. Toch laat meer dan de helft van de leraren de leerlingen regelmatig allemaal dezelfde werkjes maken. Deze leerlingen krijgen weinig ruimte om te onderzoeken eigen keuzes te maken. Ze mogen slechts pseudo-keuzes maken, zoals de kleur van de sjaal van de sneeuwpop. Het enige verschil is vaak de netheid waarmee het een en ander is uitgevoerd. Hiermee ontneem je leerlingen het beeldend proces.
Leraar 24 / 16 - 8 - 2011



